Maarten Hajer
directeur Planbureau voor de Leefomgeving
en hoogleraar Bestuur & Beleid aan de Universiteit van Amsterdam

door Christa van Vlodrop

1. Achtergrond

Studeerde Politicologie en Planologie aan de Universiteit van Amsterdam, promoveerde daarna op ‘The Politics of Environmental Discourse’ in Oxford. Werkte met de risico-socioloog Ulrich Beck aan de universiteit van München en coördineerde bij de WRR de totstandkoming van het rapport ‘Ruimtelijke ontwikkelingspolitiek’.

2. Vanwaar fascinatie
voor architectuur / stedenbouw?

In mijn boeken speelt constructivisme een centrale rol: ik ga er altijd vanuit dat situaties, karakters, voorkeuren niet van te voren vastliggen maar beïnvloed worden door interactie. Daarom vind ik steden en gebouwen ook machtig interessant: aan de ene kant zijn steden en gebouwen de neerslag van allerlei beslissingen en wensen uit het verleden, aan de andere kant beïnvloeden ze ons ook in het hier en nu. Mijn oratie aan de UvA heette ‘Politiek als vormgeving’. Als ik ooit nog eens aan een bouwkundefaculteit zou werken zou ik oreren over ‘vormgeving als (culturele) politiek’. Bij de planologie heb ik altijd een culturele insteek gepropageerd: zie het maken van een weg, een uitbreidingswijk of een herstructureringsproject als iets waarmee je iets toevoegt aan ons cultuurgoed, een scheppingsdaad. Kijkend naar de praktijk zie je dat er helaas niet altijd aan af. De stad brengt alles bij elkaar: de interactie tussen mensen, het nadenken over schoonheid, over strijd en machtspolitiek, rechtvaardigheid, heden en verleden. Ik geloof niet in de ‘goede mens’, net zo min als ik John Gray volg in zijn gitzwarte beschrijving van het vernis van beschaving (zijn boek ‘Straw Dogs’). Maar een goede stedenbouw roept het beste in de mens op, maakt conflicten hanteerbaar en zorgt voor een prettige, stimulerende orde van de dag.

3. Beste stad

Hier is het toch lastig om aan de clichés te ontsnappen. Je zou zo New York opschrijven vanwege het heerlijke ritme van het stedelijk leven op Manhattan, maar dat is slechts een van de vijf boroughs: Queens en de Bronx horen er ook bij en stemmen minder vrolijk. Istanbul heeft het wel, met die geweldige betekenisvolle frictie tussen allerlei lagen van cultuur, tussen oost en west. Bovendien heeft Istanbul ook de dramatische aanwezigheid van de Bosporus die de stad een extra kwaliteit geeft. Oslo vanwege die onbeschrijflijk mooie interactie tussen stad en ommeland: Waar ter wereld kun je nu zo mooi met een houten metrotreintje vanuit het centrale stadsplein de bossen in of met metro naar een pont die je met je picknickmand vervoert naar de eilanden vlak bij de stad?

4. Mooiste gebouw

Grand Central Station, New York. Ik kan er nog steeds niet bij hoe geweldig dit gebouw in elkaar zit. Een grote mooie mensenpomp. Het gebouw zit vol krachtige plekken die aan de ene kant zelfstandig functioneren, maar aan de andere kant allemaal op elkaar betrokken zijn omdat je vanuit de maalstroom van de voetgangerstunnels steeds een glimp van die sferen opvangt. En dan heb ik het nog niet eens over de vormgeving van de centrale hal en de verrassende lagen in en rond het gebouw. Bussen op één-hoog, een brede avenue vol auto’s die zich in de hoogte om het gebouw krult. Als ik in New York ben eet ik altijd in de Oyster Bar & Restaurant op de concourse waar ze vis al decennia lang op dezelfde, 100% Amerikaanse wijze bereiden en opdienen.

5. Mooiste park of plein

Het Haagse Zuiderstrand, dat verrast bezoekers pas. Den Haag een duffe stad? Vast, maar de echte houten strandpaviljoens, het eten op het strand op 400 meter van een woonwijk; ik nam al menig buitenlandse bezoeker mee en ze waren verbijsterd door de schoonheid, de activiteit, de intimiteit ook. Het is op en top stad maar dan wel op het strand. Het strand is nu van 50 meter ineens 100 meter breed gemaakt in verband met de kustversterking. Voor de sfeer helaas geen verbetering.

6. Beste publieke inrichting / stedenbouwkundige invulling

Ringstrasse, Wenen. De stedenbouwkundige omsingeling van de aristocratie door de nieuwe burgerij.

7. Beste innovaties 20ste eeuw en 21ste eeuw

De zonnecel. Nu verbranden we nog fossielen maar het idee van grenzeloze zonne-energie: het is van grote zuivere schoonheid. Over 50 jaar beplakken we onze gebouwen met een film van PV.

8. Komende baanbrekende innovatie

Smartmeter. Ten onrechte in het ‘privacy’ discours getrokken. Als we het goed doen gaat die meter de burger weer macht geven. Iedereen producent, en buren die gebruik afstemmen en zo kosten en CO2 emissies uitsparen. Er ligt sowieso een geweldige toekomst voor een koppeling van technologie aan actieve burgerparticipatie.

9. Over de toekomst van de stad

De stad moet weer meer met haar burgers voor zichzelf gaan zorgen. En verantwoordelijkheid nemen voor de input aan grondstoffen en de output aan emissies.

10. Persoonlijke bijdrage aan stedenbouw

Ik kan niet tekenen maar draag hopelijk wel af en toe bij in woorden. Mooiste ervaring was dat inSITE San Diego - Tijuana, een van de meest interessante kunstmanifestaties over de stad en de openbare ruimte die ik heb bezocht op uitnodiging, zich mede had gebaseerd op de ideeën uit het boekje ‘Op zoek naar nieuw publiek domein’ dat ik met Arnold Reijndorp schreef. Publiceerde de afgelopen twee jaar twee boeken: ‘Authoritative Governance – Policy Making in the Age of Mediatization’ en ‘Sterke Verhalen – Hoe Nederland de planologie opnieuw uitvindt’.

11. Guerrilla in the city?

De tijd van de grote planning is voorbij. Slimme guerrilla krijgt weer zijn plaats. Het is voor mij een ander woord voor inventiviteit.