Friso de Zeeuw directeur Nieuwe Markten
Bouwfonds Ontwikkeling & praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft

door Christa van Vlodrop

1. Achtergrond

Geboren in Rotterdam. Nederlands recht, specialisatie staats- en bestuursrecht, gestudeerd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Begonnen bij een stedenbouwkundig bureau. Daarna beleidsmedewerker bij de gemeente Amsterdam, wethouder van de gemeente Monnickendam, consultant bij Berenschot, lid gedeputeerde staten van Noord-Holland en sinds 1998 werkzaam bij Bouwfonds Ontwikkeling. En sinds 2006 ben ik praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft.

2. Vanwaar fascinatie
voor architectuur / stedenbouw?

Zo vanzelfsprekend, dat je daar eigenlijk niet meer over nadenkt. Maar het is begonnen met interesse voor de juridische kant van ruimtelijke ordening, bouwen, infrastructuur, natuur en landschap. Afhankelijk van waar ik werkzaam was, heeft dat verschillende accenten gekregen, soms wat intensiever, soms wat minder, maar magneetwerking was groot voor het vakgebied in de breedste zin van het woord.

3. Beste stad

Berlijn. De geschiedenis van die stad, die spreekt mij vooral aan. De politiek van de 20ste eeuw, wat er allemaal heeft plaatsgevonden in die eeuw, dat zie je het beste weerspiegeld in Berlijn. We hebben er sinds 12 jaar een appartement. De stad wordt de laatste tijd wel erg populair, dat is nou ook weer niet de bedoeling…

4. Mooiste gebouw

Dan denk ik gelijk aan een gebouw in de art deco sfeer. Radio Kootwijk, het zendstation dat in de jaren twintig van de vorige eeuw werd gebouwd voor radiotelegrafisch contact met toenmalig Nederlands-Indië.

5. Mooiste park of plein

Ik vind Waterland, waar ik woon, een veenweidelandschap, uniek voor Nederland, een mooi type gebied. Rijke natuur, gunstige ligging ten noorden van Amsterdam en voor veel stedelingen een plaats om te recreëren. Grootstedelijke fetisjten willen het een ‘metropolitaan park’ noemen, maar dat leidt tot allerlei misverstanden. Het is een landschap dat onmiddellijk volgt na de harde stadsrand van Amsterdam. Zulke gebieden tref je internationaal niet veel aan.

6. Beste publieke inrichting / stedenbouwkundige invulling

De Mariaplaats in Utrecht en de Marienplatz in München vind ik prettig om te verblijven. En toch ben ik niet katholiek… Slechtste publieke inrichting: de entree van Amsterdam vanuit het Centaal Station. Taxi-teringzooi, puinhoop met verkeer, Damrak is vies en ordinair met fout straatmeubilair. Enfin, er wordt aan verbetering gewerkt: we zullen zien.

7. Beste innovaties 20ste eeuw en 21ste eeuw

Veel innovatie zit in het kleine, in het gewone, niet in het wereldberoemde. De traplift: de oplossing voor huisvesting voor ouderen. Niet speciaal gaan bouwen voor ouderen, maar woningen geschikt maken, bijvoorbeeld met de traplift.

8. Komende baanbrekende innovatie

Komende baanbrekende innovatie ligt waarschijnlijk niet op het vlak van wonen. In Nederland is men toch wat behoudend wat wonen betreft, daar zie ik geen verandering in komen. Niet in vraag en niet in aanbod. Daarentegen is Nederland wel op het gebied van de technologie vooruitlopend. Wellicht een doorbraak van zonne-energie, hetgeen trouwens van invloed is op het wonen. Of toch, op termijn, de invoering van het rekeningrijden: is een vorm van technologische en fiscale innovatie en een ‘culturele vernieuwing’.

9. Over de toekomst van de stad

Stad en welvaart zijn niet identiek. Veel steden buiten de economische kernzones, zoals bijvoorbeeld in Oost Duitsland, hebben het moeilijk. Bepalend is of een stad in een economische kernzone ligt, daar kun je als stadsbestuur niet zo veel aan veranderen. De ruimtelijk-economische dynamiek voltrekt zich vrij autonoom. Polarisatie zou wel eens kunnen toenemen. Wel te beïnvloeden factoren die er toe doen zijn bij voorbeeld de verbindingen en de infrastructuur, de wisselwerking tussen aanwezige bedrijven, de kennisinstituten en de overheid en het woon- en werkklimaat. Bordeaux is een mooi voorbeeld van een ingeslapen stad die zich door inzet van een ambitieuze en daadkrachtige burgemeester weer op de kaart zet. Ook de aansluiting op TGV-net heeft deze stad omhoog gestuwd.

10. Persoonlijke bijdrage aan stedenbouw

Meest concreet is mijn bijdrage geweest toen ik wethouder was. Was echt met projecten bezig. Nu doorgaans meer op een abstracter niveau: voorwaarden scheppend, als wegbereider zodat ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Proberen in deze woelige tijden zin en de vele onzin van elkaar te scheiden en om die zin hanteerbaar te maken voor de mensen die het echt moeten doen. Ik probeer een kleine gids te zijn.

11. Guerrilla in the city?

Wat ik ervan begrijp is het of heel lief, zoals stadslandbouw of juist agressief zoals graffiti. Met allebei heb ik niks.