Winy Maas
architect/stedenbouwkundige en mede-oprichter MVRDV & professor aan de TU Delft

door Christa van Vlodrop

1. Achtergrond

Geboren in Schijndel. Landschapsarchitectuur gestudeerd aan de RHSTL Boskoop en architectuur en stedenbouw aan de Technische Universiteit Delft. In 1991 heb ik samen met Jacob van Rijs en Nathalie de Vries MVRDV in Rotterdam opgericht. En in 2008 heb ik The Why Factory, een denktank over toekomstige steden, aan de TU Delft opgezet.

2. Vanwaar fascinatie
voor architectuur / stedenbouw?

Zijn er andere fascinaties denkbaar, vraag ik mij soms wel eens af☺. Het is zo geïncorporeerd in mijn leven, er is volstrekt geen andere fascinatie vakmatig denkbaar. In een nutshell hoe de fascinatie voor architectuur, landschapsarchitectuur en stedenbouw is gegroeid: vader hovenier, moeder bloemist. Maakte op mijn 7de tekeningen van gebouwen die ik verkocht op de markt. Opgegroeid in de tijd dat de Club van Rome werd opgericht. Ging naar het gymnasium, volslagen werelds, Donna Tartt-achtig. Urge om uit dorp weg te gaan. Escape naar Boskoop en vervolgens naar Delft. Daarna de wereld in gegaan, gewerkt onder andere bij de Gemeente Amsterdam en in partnerstad Managua na de aardbeving daar, in Africa voor UNESCO (heeft een belangrijke rol gespeeld op het relativerende en het politieke vlak) en bij OMA. De historie vergroot de passie en het realiseren van maatschappelijk gedachten is iets fascinerends.

3. Beste stad

Excellente vraag, bij The Why Factory ontwikkelen wij op dit moment The Green City Calculator, een computerprogramma waarmee objectief te vergelijken valt welke stad de beste is, welke is het meest groen en leefbaar? Enerzijds is er een ongelofelijke collectie aan beste steden, sympathiserend met de enorme verschillen hoe mensen met die stad bezig zijn, anderzijds de beste stad is de toekomstige stad. Deze zal net zo divers zijn als mijn observatie op de huidige steden. Componenten van de beste stad: competitiedrang, experimenteerdrang, drang om exemplarisch te zijn, om leidend te zijn, open, sociaal en interactief te zijn, zowel compleet als complementair te zijn, compact en dicht te zijn zodat de maximale hoeveelheid ontmoetingen er uit gehaald kunnen worden. Er zijn plekken in steden waar ik graag kom, met een repertoire aan onderdelen en activiteiten die bij een bepaalde stad horen: lopen door prettig compact Manhattan, fietsen in ‘traffic douce’ Parijs, ‘wind door de haren’ in Rotterdam.

4. Mooiste gebouw

Onmogelijk om te kiezen uit de miljoenen gebouwen die er zijn. Hoe interpreteer je deze vraag? Wat zijn de randvoorwaarden? Keuze voor een gebouw zegt ook iets over je perspectief op de wereld.

5. Mooiste park of plein

Absurde vraag. Met zo’n collectie aan waanzinnige parken en pleinen die er bestaan.

6. Beste publieke inrichting / stedenbouwkundige invulling

Er is heel weinig onderbouwde kritiek of criteria over wat is het beste, wat is mooiste, wat is het slechtste. We zweven daarom heen. Waarom is een gebouw het mooist of het best, waarom is een plein of een publieke ruimte goed. Invloed van kritiek is van groot belang, geeft houvast, geeft richting aan politici, bestuurders, ontwikkelaars om te kiezen. We geven te weinig status en geld aan critici.

7. Beste innovaties 20ste eeuw en 21ste eeuw

Ik huldig wel de globalisering. Het besef dat wij maar één bol hebben en het daarmee moeten doen. Besef is er altijd wel geweest, maar is nu toch urgenter en interessanter dan ooit, het heeft een boost gegeven aan plussen en minnen: technologische innovaties, ecologische en economische vernieuwingen en rampen. Maar ook zelfs het ‘kleinschaligheidsdenken’ wat zo recentelijk weer opkomt, is doordrenkt van ecologisch en sociaal besef. Paradoxale toestand daaromheen is een bron van vernieuwing.

8. Komende baanbrekende innovatie

Monoculaire cel-eigenschappen kunnen wijzigen, waardoor je door middel van elektriciteit of straling, stem- of druk verbindingen kan wijzigen en omzetten van vast tot transparant, van fluïde tot elektriciteitsdragend. Dan krijg je een bouwmateriaal dat zodanig flexibel is, dat het de nieuwe ‘Barbapapa’ van onze tijd gaat worden. Als er zo’n soort omgeving gaat ontstaan, krijgen we een Petit Prince-achtige wereld. Alles wordt flexibel. Er komen veel baanbrekende innovaties aan, maar deze illustreert de mogelijkheden van innovaties.

9. Over de toekomst van de stad

Daar ben ik heel optimistisch over. Er is zucht naar de toekomst. Ben er zelf ook heel nieuwsgierig naar. Ik spreek zoveel als mogelijk met denkers en techneuten wat de toekomst is. Elk goed idee dat ik hoor, vergroot ik.

10. Persoonlijke bijdrage aan stedenbouw

Tell me?

11. Guerrilla in the city?

Hoe definieer je Guerrilla? Is het avant-garde? Is het opbouwende kritiek? Eigenlijk is je vraag hoe je de randen opzoekt van wat nu mogelijk is. Dat leidt tot het geloof hebben in het debat en de discussie, in openheid en nuance, in experimenteerdrang en innovatie.