Arjan Klok
architect/stedenbouwkundige
STUDIOKLOK

door Christa van Vlodrop

1. Achtergrond

Ik kom uit een familie van meubelmakers, boeren en bouwvakkers. Ben geboren en opgegroeid in Waterland onder de rook van Amsterdam. Ik ben in 1995 aan de TU Delft als architect en stedenbouwkundige afgestudeerd. Na mijn studie heb ik 5 jaar gewerkt bij Maxwan architects+urbanists in Rotterdam. Nu alweer 10 jaar mijn eigen bureau STUDIOKLOK.

2. Vanwaar fascinatie
voor architectuur / stedenbouw?

Ik dacht dat je aan de faculteit Bouwkunde leerde hoe je zou moeten bouwen, maar de boventoon bleek eerder gevoerd te worden door een intrigerende en verslavende cultuur van (ruimtelijk) conceptueel denken. Vragen stellen, meningen vormen, gedachtes ordenen, ideeën en voorstellen formuleren. Toen ik niet meer door de stad kon bewegen of mij in een gebouw kon ophouden zonder dat er allerlei meningen en ideeën in mijn hoofd opborrelden, was ik verloren.

3. Beste stad

Een stad moet je compleet kunnen doorgronden, beleven en doorleven om hem boven aan de lijst te kunnen plaatsen. De beste stad is zo, natuurlijk de stad waarin je hebt besloten te gaan wonen en ook blijft hangen. In mijn geval Amsterdam. De stad is misschien weinig spectaculair of metropolitaans maar door zijn omvang, gevarieerdheid en maatschappelijk leven zonder meer stedelijk. Het heeft een unieke, wonderlijke en feeërieke binnenstad maar inmiddels ook een imposante waterkant aan het IJ. Het is er ontspannen en comfortabel wonen. Verder heb ik een zwak voor Londen om zijn variëteit, Berlijn om zijn (voorheen) internationale sfeer, Wenen om zijn cultuur en 'stijl' en Turijn om zijn sfeer.

4. Mooiste gebouw

Als buitenlands 'favoriet van het moment' een klassieker: het gebouw van de voormalige Postsparkasse in Wenen van ontwikkelaar-architect Otto Wagner uit 1902. Een verrassend, nog steeds verfrissend, verfijnd en uitermate stijlvol gebouw.

5. Mooiste park of plein

Het mooiste plein, dat geen echt plein is of mag heten: de Dam in Amsterdam. Een plein dat van en voor iedereen is. Voor het vermaak van de bewoners van de stad, voor nationale ceremoniële momenten, voor gasten en bezoekers. Een plein met een eindeloos verhaal. Het mooiste park: het Westergasfabriek-terrein in Amsterdam West. Ook een publieke ruimte van en voor iedereen. Uitermate gevarieerd en veelzijdig in zijn gebruiksmogelijkheden, een uitje om de hoek, een oase in de stad.

6. Beste publieke inrichting / stedenbouwkundige invulling

Het GWL-terrein in Amsterdam West, begonnen als min of meer 'burger initiatief', heeft laten zien dat je compleet nieuwe buurten kan maken met meerwaarde voor de gehele omgeving. Het 'open' en collectieve concept heeft gewerkt als een gangmaker in de wijk. Het demonstreert dat prettig (samen)leven, natuur, cultuur en stedelijkheid hand in hand kunnen gaan.

7. Beste innovaties 20ste eeuw en 21ste eeuw

De digitale wereld is natuurlijk de grootste -ook voor architectuur en stedenbouw- alles bepalende innovatie van de afgelopen tijd. Zowel voor de uitvoering van ons vak als voor de organisatie van de samenleving. De digitale wereld heeft meer invloed op het gebruik van de stad dan je in eerste instantie zou vermoeden.

8. Komende baanbrekende innovatie

Dat wordt de doorbraak van de kleine, goedkope, elektrische auto. Dit maakt de auto een 'gewoon vervoersmiddel', vergelijkbaar met de fiets, waar je niet tegen kan zijn. Het autobezit zal hoog blijven, misschien zelfs groeien. De auto zal net zo 'gewoontjes' worden als de ijskast. Het zou in grote delen van het land misschien wel eens niet rendabele en niet flexibele openbaar vervoerssystemen de nek om kunnen draaien.

9. Over de toekomst van de stad

Die is aan de burgers en de ondernemers. Overheden en institutionele beleggers zijn te kwetsbaar geworden. Ze kunnen en willen in de toekomst waarschijnlijk niet meer het voortouw nemen in hachelijke 'grote' of 'integrale' projecten. Nu zijn de burgers en ondernemers die tot nu toe 'als markt' zijn bediend aan zet om voorkeuren te uiten en initiatieven te ontplooien. De stad zal levendiger en vitaler worden. Of het 'stadsschoon' - voor wat het waard is - er op vooruit zal gaan is een interessante vraag.

10. Persoonlijke bijdrage aan stedenbouw

In mijn 'jonge honden jaren' heb ik in samenwerking met anderen een aantal optimistische denkbeelden voor de transformatie van delen van Nederland ontwikkeld die de vakwereld liet zien hoe op basis van actuele (her)definities van programma's en samenwerkingscoalities er een mooier, gevarieerder, meer karaktervol en 'groter' Nederland kan ontstaan. We hebben daar de Rotterdam-Maaskantprijs voor Jonge Architecten voor gekregen. Verder heb ik in verschillende verbanden en rollen Tilburg mogen helpen aan een bruikbaar planconcept voor de ontwikkeling van het Piushaven gebied en het Amsterdamse Zuidas project op een cruciaal moment mogen overtuigen van de noodzaak en mogelijkheden om er een gemengd en compleet stedelijk centrumgebied van te maken. En kort geleden heb ik in het kader van de Architectuur Biënnale 'Vrijstaat Amsterdam', met het denkbeeld 'Vrijstad B', mogen demonstreren hoe omvangrijk de potentie van Amsterdam Zuidoost is voor een gevarieerde en vitale ontwikkeling gebaseerd op kleinschalig particulier en collectief opdrachtgeverschap.

11. Guerrilla in the city?

De term spreekt mij niet zo aan. Het veronderstelt een kwaadwillige vijand waartegen verzet met alle middelen is geoorloofd. Ik zou het liever willen herdefiniëren tot 'flashmob-urbanism'. Het snel organiseren van mensen op diverse plaatsen om goede ideeën te presenteren, te demonstreren of waar mogelijk uit te voeren. Daar kan niet genoeg van zijn!